AI-prompts voor docenten — schrijf een prompt die werkt
AI-tools (ChatGPT, Claude, Lectame) zijn alleen zo goed als de prompt die je ze geeft. Een vage prompt levert vage output; een gerichte prompt levert direct bruikbare lesinhoud. Hieronder vijf concrete prompt-patronen voor lesvoorbereiding, casussen, quizvragen, feedback en differentiatie — telkens met een "slecht versus beter" voorbeeld zodat je het verschil ziet.
De vier elementen van een goede prompt
- Context: niveau, vak, doelgroep, lestype. ("Voor HAVO 4 biologie, hoorcollege 50 minuten")
- Structuur: welk formaat moet de output hebben? ("Constructive alignment-principe, 3 leerdoelen, theorie + casus + check")
- Toon: hoe moet het klinken? ("Concreet, geen onzinnige business-taal")
- Constraints: wat moet wel/niet? ("Max 100 woorden, geen smileys, vriendelijke toon")
Vijf prompt-patronen voor docenten
Lesopzet maken
SLECHT
"Maak een les over fotosynthese"
BETER
"Maak een lesopzet van 50 minuten over fotosynthese voor HAVO 4 biologie. Volg het constructive alignment-principe: begin met 3 SMART leerdoelen, dan theorie-blok van 15 min met visuele uitleg van de Calvin-cyclus, casus met praktijkvoorbeeld (waarom planten in herfst geel worden), 3 formatieve check-vragen, en afsluit met exit ticket. Gebruik concreet taalniveau geschikt voor HAVO."
Waarom: De goede prompt geeft: niveau (HAVO 4), duur (50 min), didactisch kader (constructive alignment), structuur (theorie + casus + check + exit), concreet voorbeeld, en taalniveau-instructie.
Casus genereren
SLECHT
"Geef me een verpleegkundige casus"
BETER
"Schrijf een patiëntcasus voor MBO verpleegkunde niveau 4, voor de les klinisch redeneren bij dyspneu. Bouw op volgens SBAR-format. Patiënt: vrouw 78 jaar, beginnen met algemene presentatie, daarna vitale parameters (tachypneu, lichte hypoxie, verhoogde hartslag), anamnese-elementen die naar drie mogelijke diagnoses leiden (decompensatio cordis, pneumonie, longembolie). Eindig met open vraag voor de student: welke aanvullende informatie heb je nodig? Niet de diagnose geven."
Waarom: Specifiek niveau, lesonderwerp, format (SBAR), bouwprincipe (drie differentiaaldiagnoses), én een didactische instructie (open einde, geen oplossing).
Quizvragen maken
SLECHT
"Geef me 5 quizvragen over algebra"
BETER
"Schrijf 5 multiple choice-vragen voor VMBO 3 wiskunde over lineaire vergelijkingen oplossen. Vraag-niveaus: 2 vragen op feiten/herkenning, 2 op toepassing (rekensom oplossen), 1 transfer (woord-probleem). Per vraag 4 antwoordopties waarvan 1 correct en 3 plausibele afleiders (geen onzinnige opties). Voeg per vraag toe: leerdoel waar deze op test (bv. "kan een vergelijking met x oplossen") en uitleg waarom het juiste antwoord juist is."
Waarom: Niveau, onderwerp, vraag-distributie (feiten/toepassing/transfer = Bloom-taxonomy), kwaliteitsregel voor afleiders, en koppeling aan leerdoel.
Feedback formuleren
SLECHT
"Geef feedback op deze leerlingreactie"
BETER
"Geef feedback op deze leerlingreactie (HAVO 4 geschiedenis, opdracht over Industriële Revolutie). Reactie: [tekst]. Beoordeel: (1) historisch correct, (2) gebruik van bronnen, (3) argumentatie-opbouw. Gebruik een feedback-sandwich (sterk punt → verbeterpunt → motiverende afsluiting). Maximaal 100 woorden. Schrijf in vriendelijke maar inhoudelijke toon — niet kinderachtig, geen smileys. Stuur richting wat de leerling concreet anders kan, niet een algemeen "denk meer na"."
Waarom: Context (vak, niveau, opdracht), beoordelingscriteria, formaat (sandwich), lengte-limiet, toon-instructie, en een specifieke richting voor verbetering.
Differentiatie-laag bedenken
SLECHT
"Maak deze les voor verschillende niveaus"
BETER
"Hier is mijn lesinhoud over de stelling van Pythagoras voor VMBO 3 [tekst]. Bouw twee scaffolding-niveaus: (1) BASIS-laag voor leerlingen die moeite hebben — verdeel de uitleg in 3 micro-stappen met concrete voorbeelden uit het dagelijks leven (trap, dakhoek). (2) VERDIEPING-laag voor sterkere leerlingen — geef een uitdagende toepassing (afstand tussen 2 punten op een coordinatenstelsel) plus een korte historische context (waarom heet hij naar Pythagoras). Houd de basislaag bondig, geen onnodig veel woorden."
Waarom: Twee scaffolding-richtingen expliciet, met instructie hoe ze qua diepte verschillen, en didactisch model (basis vs verdieping) consequent toegepast.
Veelgestelde vragen
Welke AI-tool gebruik ik het beste als docent?+
Drie hoofdcategorieën. (1) ChatGPT/Claude voor brainstormen, schrijven en algemene didactische vragen. (2) Lectame voor het bouwen van complete interactieve presentaties met didactische structuur (theorie/casus/quiz). (3) Specifieke tools voor beeld (Lectame Image Studio, Midjourney) of video (Lectame Videostudio, Descript). De meeste docenten profiteren van 1-2 tools. Lees ook /voor-docenten/ai-tools voor combinaties.
Hoe weet ik of een AI-antwoord feitelijk juist is?+
Drie checks. (1) Voor algemene concepten: AI is meestal accuraat, maar check bij twijfel altijd een betrouwbare bron (handboek, NRO, wetenschappelijke literatuur). (2) Voor specifieke feiten (data, namen, citaten, getallen): AI hallucineert hier vaak — verifieer altijd. (3) Voor vakinhoud die je goed beheerst: trust your instinct. AI is een snellere typist, geen vakgenoot. Voor MBO/HBO klinische context: vergelijk met geverifieerde medische bronnen.
Mag ik AI-gegenereerde lesinhoud zomaar gebruiken?+
Voor educatief gebruik in jouw lessen: vrijwel altijd ja. Wel let op: (1) Feitelijke juistheid blijft jouw verantwoordelijkheid. (2) Voor commercieel gebruik (boek, betaalde cursus) check je licentie van de specifieke AI-tool. (3) AI mag geen creatief eigendom van een specifieke auteur kopiëren — gebruik output altijd als basis, niet als eindwerk. Lees /ai-belofte voor Lectame-specifieke regels.
Hoe lang moet een goede prompt zijn?+
50-200 woorden voor de meeste lesvoorbereidings-vragen. Korter geeft te weinig context (AI raadt te veel); langer overweldigt het model en levert paradoxaal slechtere output. Vuistregel: één prompt = één duidelijke instructie + context + voorbeeld van wat je wilt. Voor complex werk: splits in meerdere prompts ("eerst dit, daarna dat") in plaats van één lange.
Wat doe ik als de AI niet wat ik wil?+
Drie strategieën. (1) Geef een voorbeeld van GOED output dat je wel wilt zien (few-shot prompting). (2) Negatieve instructies werken — "geen smileys", "geen samenvattende afsluit-zin". (3) Stel een rol in — "Je bent een ervaren MBO-docent verpleegkunde". (4) Iteratief verfijnen: gebruik het eerste antwoord als input voor een vervolg-prompt: "Maak dit korter en concreter".
Hoe voorkom ik dat AI saaie of generieke output geeft?+
Vier tips. (1) Geef context over je doelgroep (niveau, vak, klas-energie). (2) Vraag om concrete voorbeelden uit het dagelijks leven van studenten. (3) Stel een toon-richting in ("levendig", "geestig", "uitdagend") — vermijd "professioneel" want dat triggert generieke business-taal. (4) Gebruik AI-output als startpunt, niet als eindproduct: pas je eigen stem en voorbeelden toe.
Bronnen
- Kennisnet — Nederlandse autoriteit over ICT in onderwijs, inclusief AI-praktijktips.
- Vernieuwenderwijs.nl — blogs over AI-toepassing in Nederlandse onderwijs-praktijk.
- Learn Prompting — open-source community en cursus over prompt-engineering.